Bellen moeten licht zijn, geen
scherpe randen hebben en helder klinken.
De meeste valkeniers
bevestigen één bel aan een van de poten. Sommige valkeniers
bevestigen bij haviken een bel aan de staart.
Langveters
Langveters
dienen om een vogel vast te zetten in zijn verblijf of op andere
plaatsen.
Aan het uiteinde van de
langveter bevind zich aan speciale knoop die niet los mag schieten.
De langveter wordt bevestigd
aan de wartel.
Loer
De
loer dient om roofvogels (meestal valken) te trainen om vogels te
vangen. Ook wordt de loer gebruikt om roofvogels terug op de hand te
lokken.
Valkeniershandschoen
De
valkeniershandschoen dient ter bescherming van de hand van de
valkenier. Roofvogels kunnen vaak hard knijpen en kunnen hun nagels
in een onbeschermde hand drukken.
Weegschaal
De
weegschaal dient om roofvogels te wegen.
Roofvogels mogen bij het vrij
vliegen niet te zwaar zijn, want dan hebben ze geen zin. Ook mogen
ze niet te licht zijn want dan zijn ze te zwak om te vliegen.
Weitas
De
weitas dient om materialen van de valkenier (ook het voer) te
bewaren.
Ook wordt gevangen wild in de
weitas bewaard.
Schoentjes
Schoentjes
zijn twee riempjes die elk bevestigd worden om een poten van de
roofvogel.
Draal
/ wartel
Dralen
dienen om de twee schoentjes te bevestigen aan de langveter.
Blok
Een
blok is een vlakke zitplaats voor een roofvogel. Blokken worden
vooral voor valken gebruikt.
Valk
op sprenkel
Een
sprenkel is een boogvormige zitplaats voor een roofvogel. Sprenkels
worden vooral voor haviken en arenden gebruikt.
Cagie
Een
cagie werd (m.n. vroeger) gebruikt om meerdere valken in het veld te
transporteren.
Valk
met zender
Een
zender is een licht apparaatje dat continu signalen uitzendt. Een
zender wordt bevestigd aan een vrijvliegende roofvogel zodat deze
m.b.v. een ontvanger opgespoord kan worden.
We noemen dit "telemetrie".
Valkenier
met ontvanger
Een
ontvanger is een apparaatje dat gebruikt wordt een roofvogel,
waaraan een zender is bevestigd, terug te vinden.
We noemen dit "telemetrie".
Vlieger
voor training van valken
De
vlieger wordt gebruikt om een loer/duif op steeds grotere hoogte aan
een valk aan te bieden. De valk leert dan de hoogte op te zoeken en
eventueel aan te wachten. De loer/duif moet nadat deze door de valk
wordt gegrepen langs de vliegerlijn naar beneden kunnen glijden.
Lok-
en verjagingsgeluiden
Voor
de verjaging van vogels worden vaak angstkreten in combinatie met
los vliegende roofvogels gebruikt.
Ook kunnen (andere) geluiden
de vogels juist lokken.
Audio-aparatuur is te koop bij
verschillende bedrijven.
Enkele geluiden van kraaien
kunt u hieronder downloaden.
In de
afbeeldingen wordt uitgelegd hoe het vangen van wilde valken
vroeger in zijn werk ging:
Vangpost voor valken
Tobhut
1. De
valkenier wacht in zijn "tobhut" (a).
Klapekster
op den uitkijk
Klapekster
(birdphoto.nl /J. Swiebbe)
2. Een klapekster (het "werkje"
(h)) verschuilt zich als hij een valk ziet aankomen.
3. De valkenvanger trekt aan een
koord (d) waardoor een duif (c) gaat fladderen en de aandacht van de valk
trekt.
4. De valkenvanger laat koord d
vieren waardoor de duif (c) zich kan verstoppen. Vervolgens trekt hij een
tweede duif (f) naar buiten via koord (g). Deze duif wordt door de
aanvliegende valk geslagen.
5. De valkenier trekt met koord (g)
de duif met de (vasthoudende) valk naar punt (l). Hierna laat hij het
vangnet (b) dichtklappen.
Lokduif en
slechtvalk onder het slagnet
6. De
valk wordt uit het net gehaald en met een ruim zittende huif (i.v.m.
braakballen) weggezet.