VALKERIJ

 

TRAINEN VAN ROOFVOGELS

 

Roofvogelsinaktie.nl

Geschiedenis van de valkerij

Valkeniersmaterialen en -technieken

Valkenierstermen

Soorten roofvogels

Verzorgen van roofvogels

Trainen van roofvogels

Jacht en overlastbestrijding

Falconry Experience / Workshop

Valkerij voor Kids

Weetjes en video's

Websites

Contact

 

Het onderstaande schema is een algemene leidraad voor het trainen van een roofvogel. 

Opmerkingen vooraf:

- De training kan per soort enigszins verschillen. Soorten die geschikt zijn voor beginners zijn m.n. de Harris Hawk en de kerkuil. Veel soorten zijn absoluut ongeschikt voor beginners en kinderen.

- Jonge vogels zijn gemakkelijker te trainen dan oudere. Imprint vogels zijn door de mens zijn grootgebracht. Ze zijn snel tam maar kunnen ook agressief worden. Veel "imprints" schreeuwen de hele dag (bedelgedrag). Niet-imprint vogels leven de eerste maanden van hun leven bij hun ouders en hebben geen enkel contact met de mens. Ze zijn moeilijker tam te maken maar schreeuwen minder. Daardoor zijn ze ook beter voor de jacht te gebruiken.

 

De algemene regel voor training is: 

- nooit straffen als de vogel iets fout doet.

- alleen belonen als de vogel iets goed doet.

 

Wennen aan het nieuwe verblijf en de valkenier:

- Laat de vogel een paar dagen wennen. 

Misschien eet de vogel de eerste tijd niet.

 

Wennen aan voederen:

- Breng hem elke dag een keer voedsel maar hou het contact zo kort mogelijk.

- Ga op afstand rustig zitten lezen. Kijk de vogel niet te veel aan. Verklein de afstand elke dag.

- Blijf bij de vogel als hij eet.

 

Wennen aan de handschoen:

- Leg het voer op de handschoen bij de vogel.

- Bied voer aan met de handschoen.

- Laat de vogel op de handschoen stappen en daar eten.

 

Appèl:

Maak vanaf nu elke keer dat voedsel wordt aangeboden een herkenbaar geluid.

Weeg de vogel elke keer vóór het voeren. De kunst is het gewicht te zoeken waarbij de vogel een snel appèl heeft, bij een zo hoog mogelijk gewicht.

- Laat de vogel een sprongetje maken naar de handschoen.

- Laat de vogel een flinke sprong maken naar de handschoen.

- Maak een vlieglijn vast en laat de vogel een sprong maken naar de handschoen.

- Vergroot elke keer de afstand.

 

Vrij vliegen:

- Komt de vogel zonder aarzelen elke keer als hij geroepen wordt, dan is het tijd om de vogel los te laten vliegen.