|
Het
onderstaande schema is een algemene leidraad voor het trainen van een
roofvogel.
Opmerkingen vooraf:
-
De
training kan per soort enigszins verschillen.
Soorten die geschikt zijn voor
beginners zijn m.n. de Harris Hawk en de kerkuil. Veel soorten zijn
absoluut ongeschikt voor beginners en kinderen.
- Jonge
vogels zijn gemakkelijker te trainen dan oudere. Imprint vogels
zijn door de mens zijn grootgebracht. Ze zijn snel tam maar kunnen ook
agressief worden. Veel "imprints" schreeuwen de hele dag (bedelgedrag).
Niet-imprint vogels leven de eerste maanden van hun leven bij hun
ouders en hebben geen enkel contact met de mens. Ze zijn moeilijker tam te
maken maar schreeuwen minder. Daardoor zijn ze ook beter voor de jacht te
gebruiken.
De
algemene regel voor training is:
-
nooit straffen als de vogel iets fout doet.
-
alleen belonen als de vogel iets goed doet.
Wennen
aan het nieuwe verblijf en de valkenier:
- Laat
de vogel een paar dagen wennen.
Misschien
eet de vogel de eerste tijd niet.
Wennen
aan voederen:
- Breng
hem elke dag een keer voedsel maar hou het contact zo kort mogelijk.
- Ga
op afstand rustig zitten lezen. Kijk de vogel niet te veel aan. Verklein
de afstand elke dag.
- Blijf
bij de vogel als hij eet.
Wennen
aan de handschoen:
- Leg
het voer op de handschoen bij de vogel.
- Bied
voer aan met de handschoen.
- Laat
de vogel op de handschoen stappen en daar eten.
Appèl:
Maak
vanaf nu elke keer dat voedsel wordt aangeboden een herkenbaar geluid.
Weeg
de vogel elke keer vóór het voeren. De kunst is het gewicht te zoeken
waarbij de vogel een snel appèl heeft, bij een zo hoog mogelijk gewicht.
- Laat
de vogel een sprongetje maken naar de handschoen.
- Laat
de vogel een flinke sprong maken naar de handschoen.
- Maak
een vlieglijn vast en laat de vogel een sprong maken naar de handschoen.
- Vergroot
elke keer de afstand.
Vrij
vliegen:
- Komt
de vogel zonder aarzelen elke keer als hij geroepen wordt, dan is het tijd
om de vogel los te laten vliegen.
|