|
Huisvesting
Roofvogels
moeten een plaats hebben waar ze gemakkelijk kunnen schuilen bij wind,
regen, sneeuw en zon. Meestal
wordt hiervoor een spitshuis gebruikt (zie afbeelding), maar allerlei
constructies waar zijn denkbaar.
spitshuis
Roofvogels
waar niet mee gevlogen wordt moeten worden gehuisvest in een vliegkooi.
Een middelgrote roofvogel heeft toch al gauw een ruimte van 2x3x3 meter
nodig.
Roofvogels
waarmee wèl gevlogen wordt kunnen aan een ongeveer een meter lang koord
(langveter) vastgezet worden.
Verder
is een goede zitplaats nodig. Voor valken meestal een blok (imitatie van
een rots), voor andere roofvogels meestal een sprenkel (imitatie van een
boomtak). Zowel het blok als de sprenkel moeten bekleed zijn met materiaal
dat prettig is aan de poten, goed schoon te houden is en snel droogt. Grof
kunstgras is een goede oplossing. Bij een verkeerde bekleding kan leiden
tot onherstelbare ontstekingen aan de poten (bumble-foot).
Roofvogels
moeten altijd beschikken over een schaal schoon water waaruit ze kunnen
drinken en waarin ze zich kunnen wassen.
Voeding
Een
roofvogel eet in principe allerlei soorten prooidieren.
Eendagskuikens
zijn geschikt voer voor vrijwel alle roofvogels. Bovendien zijn ze erg
goedkoop. Het is wel aan te bevelen om regelmatig af te wisselen met ander
soort voedsel (duif, konijn, rat). Door afwisseling krijgt een roofvogel
alle mineralen en vitamines binnen die nodig zijn. Over het geven van
extra vitamines wordt verschillend gedacht.
Roofvogels
waarmee gevlogen wordt moeten op gewicht blijven. Typisch op 80% van het
gewicht als ze zich hebben volgegeten. Te zwaar, dan is de lust om te
vliegen weg, te licht dan zijn ze te zwak om te vliegen. Het ideale
vlieggewicht moet proefondervindelijk worden vastgesteld.
Zwaardere
roofvogels mogen best een dag vasten. Kleine roofvogels moeten soms twee
keer per dag worden gevoerd.
|